Naturalisaties

Opmerking vooraf (18 december 2016): deze pagina is nog niet af, nog niet alle naturalisatiedossiers in het Nationaal Archief zijn teruggevonden, laat staan doorgenomen. Wat hier staat is voorlopig, en zal hopelijk nog verder aangevuld kunnen worden.

De familie Raphalowiz (en spellingvarianten) was weliswaar ingezeten in Nederland, maar bezat niet de Nederlandse nationaliteit.  Szlama en Philip waren geboren in Rusland, in het huidige Polen, en vestigden zich in de jaren 1880 in Amsterdam. Hierbij is kennelijk de Russische, danwel Poolse, nationaliteit verloren gegaan, of er is afstand van gedaan. In Nederland werden zij en hun kinderen (hoewel in veel gevallen in Nederland geboren) als stateloos beschouwd. Hierdoor hadden zij bijvoorbeeld geen stemrecht, en kostte het veel moeite om reispapieren te krijgen. De familie vond hier een plek om te wonen en te werken. In een aantal gevallen is als logische volgende stap een naturalisatieverzoek gedaan. Naturalisatie gebeurt in Nederland bij wet, en wordt voorafgegaan door een onderzoek, waarbij een dossier wordt gevormd. De vooroorlogse dossiers en bijbehorende administratie zijn deel van het archief van het Ministerie van Justitie, dat in het Nationaal Archief in Den Haag bewaard wordt.

Vóór de Tweede Wereldoorlog is aan twee  leden van de familie Raphalowiz de Nederlandse nationaliteit toegekend:

  1. Sander Rafalowitch, ‘geboren te Amsterdam (Noordholland) den 4 Januari 1894, kleermaker, wonende te Amsterdam, provincie Noordholland‘, bij ‘WET van den 14den Juni 1930, houdende naturalisatie van F.W. Bellen en 21 anderen.
  2. Salomon Raphalowiz, ‘geboren te Amsterdam (Noordholland), den  24 October 1897, reiziger, wonende te Amsterdam, provincie Noordholland‘, bij ‘WET van den 16den Maart 1932, houdende naturalisatie van J.C. Bergs en 19 anderen.

Ná de Tweede Wereldoorlog is het Nederlanderschap verleend aan:

  1. Alfred Raphalowiz, ‘geboren te Amsterdam (Noordholland) 11 Januari 1901, kleermaker, wonende te Amsterdam, provincie Noordholland‘, bij ‘WET van 27 Mei 1948, houdende naturalisatie van Maria Antonia Andenberg en 19 anderen.
  2. Icek Rafalowicz, ‘geboren te Radziejow (Rusland) 11/23 April 1899, electrotechnicus, wonende te Amsterdam, provincie Noordholland‘, bij ‘WET van 25 Februari 1949, houdende naturalisatie van Camill Beck en 21 anderen.

Uit het archief blijkt dat er nog meer verzoeken tot naturalisatie zijn gedaan, voor de oorlog in ieder geval door: Ph.(ilip) Rafalowitz, H.(enri) Raphalowiz, Daniël Raphalowiz , deze verzoeken hebben niet geleid tot een naturalisatie. Een opmerkelijk geval is het verzoek door Daniël Raphalowiz. Zijn verzoek tot naturalisatie is uiteindelijk in orde bevonden op 9 mei 1940, maar dit moest daarna  nog bij wet verleend worden. Daags daarna brak de oorlog uit. Daniël Raphalowiz werd op 6 maart 1944 in Auschwitz vermoord.

Van al deze verzoeken zijn de dossiers als het goed is in het Nationaal Archief bewaard. Op dit moment (1 november 2017) heb ik de dossiers van Sander Rafalowitsch en van Salomon Raphalowiz  ingezien en gefotografeerd. De dossiers van Alfred Raphalowiz en van Icek Rafalowicz zijn nog geen 75 jaar oud en daarom niet zonder meer toegankelijk. Deze dossiers zijn door mij na toestemming ook ingezien, maar mochten niet gefotografeerd worden in verband met privacy. Ik heb deze dossiers overgeschreven. Dossiers van de niet-gehonoreerde verzoeken zijn ook bewaard, maar veel moeilijker terug te vinden.

Hierna volgt een chronologische beschrijving van alle stukken die ik in het dossier van Sander Rafalowitsch aantrof. De dossiers van Salomon en Alfred Raphalowiz en van Icek Rafalowicz bevatten gelijksoortige stukken.

5 november 1928. Uittreksel uit het geboorteregister. Interessant omdat het een klein inkijkje geeft in het gezin waarin Sander Rafalowitch werd geboren.

Uittreksel geboorteregister: geboorteakte Sander Rafalowitch
Uittreksel geboorteregister: geboorteakte Sander Rafalowitch

6 november 1928. Een verklaring van Burgemeester en Wethouders der Gemeente Amsterdam, waarin gemeld wordt dat Sander Rafalowitch vanaf zijn geboorte op 4 januari 1894 tot 18 december 1901 en van 16 juli 1914 tot de dag van afgifte van deze verklaring (6-11-1928) in Amsterdam woonde. Zijn beroep wordt omschreven als kleermaker, zijn woonadres is Nieuwe Keizersgracht 15. Deze verklaring is een van de bijlagen bij het eigenlijke naturalisatieverzoek.

9 november 1928. Het naturalisatieverzoek van Sander Rafalowitch. Dit verzoek is ingediend met 3 bijlagen: het hiervoor genoemde uittreksel uit het geboorteregister, de eerder genoemde verklaring van B&W,  en een kwitantie van fl. 200. De laatste is niet in het dossier aanwezig.

Naturalisatieverzoek van Sander Rafalowitch.
Naturalisatieverzoek van Sander Rafalowitch.

12 november 1928. Een verzendbrief van het kabinet van de Koningin, waarmee de stukken ‘om consideratiën en advies’ aan het Ministerie van Justitie werden gezonden.

9 juli 1929. Een handgeschreven verklaring van Sander Rafalowitch, met aangehecht zijn visitekaartje. Deze verklaring is een bijlage bij de verklaring namens de Hoofdcommissaris van Politie, gedateerd 29 juli 1929, zie hierna.

Handgeschreven verklaring Sander Rafalowitch.
Handgeschreven verklaring Sander Rafalowitch.
Visitekaartje Sander Rafalowitch.
Visitekaartje Sander Rafalowitch.

19 juli 1929. Een nieuwe, aanvullende verklaring van Burgemeester en Wethouders der Gemeente Amsterdam, waarin gemeld wordt dat Sander Rafalowitch vanaf 6 november 1928 tot de dag van afgifte van deze verklaring (19-7-1929) in Amsterdam woonde.

27 juli 1929. Een verklaring namens de Hoofdcommissaris van Politie, bestaande uit zes getypte kantjes. Een bijzonder interessant stuk, waarin een schets gegeven wordt van het leven van Sander Rafalowitch: leven, familie, opleiding, beroep, sociale omgang, lidmaatschappen. Ook wordt gemeld dat Sander niet in aanraking is geweest met de justitie en dat er daarom geen bezwaren lijken te zijn tegen naturalisatie. Deze verklaring is een bijlage bij het bericht van de Officier van Justitie van 5 augustus 1929 en wordt hierna in zijn geheel weergegeven.

Verklaring namens de Hoofdcommissaris van Politie (1)
Verklaring namens de Hoofdcommissaris van Politie (1)
Verklaring namens de Hoofdcommissaris van Politie (2)
Verklaring namens de Hoofdcommissaris van Politie (2)
Verklaring namens de Hoofdcommissaris van Politie (3)
Verklaring namens de Hoofdcommissaris van Politie (3)
Verklaring namens de Hoofdcommissaris van Politie (4)
Verklaring namens de Hoofdcommissaris van Politie (4)
Verklaring namens de Hoofdcommissaris van Politie (5)
Verklaring namens de Hoofdcommissaris van Politie (5)
Verklaring namens de Hoofdcommissaris van Politie (6)
Verklaring namens de Hoofdcommissaris van Politie (6)

5 augustus 1929. Een bericht van de Officier van Justitie te Amsterdam aan de Procureur–Generaal bij het Gerechtshof te Amsterdam, waarbij de politieverklaring is bijgesloten en deze nog eens wordt samengevat.

6 augustus 1929. Een hierop volgende brief van de Procureur–Generaal aan de Minister van Justitie, waarbij verklaring en samenvatting weer zijn bijgesloten.

20 augustus 1929. Een brief namens de Burgemeester van Amsterdam aan de Commissaris de Koningin in Noord-Holland, als antwoord op een schrijven van 13 augustus (niet in dossier aangetroffen), waarbij stukken worden mee teruggestuurd en een geen-bezwaar wordt afgegeven.

22 augustus 1929. Een hierop volgende brief namens de Commissaris van de Koningin aan de Minister van Justitie, waarbij de stukken weer worden doorgestuurd.

29 januari 1930. Een Franstalige brief van het Poolse Ministerie van Buitenlandse Zaken aan de Nederlandse ambassade in Warschau, in antwoord op een Note Verbale van 10 september 1929. Er is van Poolse zijde geen bezwaar tegen naturalisatie.

10 februari 1930. Een brief namens de Minister van Buitenlandsche Zaken aan de Minister van Justitie, waarbij de Note Verbale wordt doorgestuurd.  Ook wordt gemeld dat Sander Rafalowitch niet als Sovjet-burger moet worden aangemerkt, omdat hij (bijvoorbeeld bij de onafhankelijkheid van Polen in 1918) nooit heeft aangegeven Rus te willen blijven. Staatsrechtelijk is er daarom geen bezwaar tegen naturalisatie.

8 maart 1930. Wederom een brief van de Commissaris van Politie aan de Officier van Justitie te Amsterdam, in antwoord op een (niet in het dossier aangetroffen) brief van 21 februari 1929. De verklaring van 27 juli 1928 wordt weer teruggestuurd. Ook wordt gemeld dat Sander Rafalowitch op 13 september 1929 is afgeschreven naar Zandvoort, Kostverlorenstraat 65.

12 maart 1930. Een handgeschreven brief van de Officier van Justitie te Amsterdam aan de Procureur-Generaal, in antwoord op een ‘misssive’ van 19 februari 1930 (niet in dossier). Gemeld wordt ‘dat aan uw opdracht is voldaan’.

13 maart 1930. Een brief van de Procureur-Generaal  aan de Minister van Justitie, waarbij gevoegd de brief van 12 maart.

Dit was het laatst gedateerde stuk in het dossier. Kennelijk is hiermee aan alle administratieve eisen voldaan. Het dossier belandt in de ‘verbalen van het Ministerie van Justitie’, op 31 maart 1930, de dag van de ambtelijke tenuitvoerlegging van de naturalisatiewet.

Op 17 mei 1930 wordt een ontwerp van wet, ‘houdende naturalisatie van Franz Wilhelm Bellen en 21 anderen’ opgesteld. Sander Rafalowitch staat hierin als 16e persoon vermeld. Op 20 mei is deze aan de Tweede Kamer aangeboden. Op 11 en 12  juni 1930 wordt deze wet door achtereenvolgens de Tweede en de Eerste Kamer aangenomen. De wet wordt op 14 juni in het Staatsblad (1930, no. 239) gepubliceerd. Hiermee is de naturalisatie van Sander Rafalowitch een feit.

Naturalisatiewet Sander Rafalowitch (1)
Naturalisatiewet Sander Rafalowitch (1)
Naturalisatiewet Sander Rafalowitch (2)
Naturalisatiewet Sander Rafalowitch (2)
Naturalisatiewet Sander Rafalowitch (3)
Naturalisatiewet Sander Rafalowitch (3)
Naturalisatiewet Sander Rafalowitch (4)
Naturalisatiewet Sander Rafalowitch (4)

Sander Rafalowitch werd op 31 december 1942 in Auschwitz vermoord.